Vier oplossingen voor de kustversterking van Katwijk.
In mei 2009 is de Startnotitie verschenen van de Kustversterking Katwijk. In de Startnotitie staan de mogelijke oplossingen voor de kustversterking beschreven, de effecten waarop ze onderzocht worden en wat de afgevallen oplossingen zijn.
De vier oplossingen die verder onderzocht gaan worden:
De Projectgroep heeft de afgelopen maanden het nodige vooronderzoek gedaan. Hieruit zijn vier oplossingen geselecteerd die de komende maanden verder onderzocht worden op hun haalbaarheid. Deze oplossingen zijn:
De eerste oplossing is een zogenaamde zachte oplossing aan de boulevard. Bij deze oplossing wordt er extra zand voor de huidige duinenrij gelegd, die daardoor aanzienlijk breder wordt. Zo komt het strand dus verder van de boulevard te liggen. Met de hoogte en de breedte van het duin valt hierbij te variëren. De minimale hoogte is 7 meter boven NAP. Bij deze hoogte zou de duinenrij in totaal 180 meter breed worden. Bij een hoogte van 12 meter boven NAP is de benodigde breedte 80 meter. Er zijn dus meerdere varianten mogelijk binnen deze oplossing, die allemaal hun eigen consequenties hebben op factoren als afstand tot en zicht op zee. Voor deze oplossing geldt wel dat de kom buitendijks blijft liggen.
Deze oplossing lijkt op oplossing A, maar verschilt op een essentieel punt: bij deze oplossing komt de hele kom namelijk binnendijks te liggen. Dit wordt bewerkstelligd door aan de bovenstaande oplossing in de breedte een beperkte hoeveelheid extra zand toe te voegen.

Zowel oplossing A als B zijn in deze kaart verwerkt. Het oranje deel is de hoeveelheid zand die bij oplossing A. De dunne gele strook daarvoor geeft de extra laag zand weer om oplossing B te maken. De strook zand daarvoor is het zand. De rode stippellijn is de achterkant van de huidige waterkering.

Dwarsdoorsnede van Katwijk bij oplossing A en B.
Bij deze oplossing komt er een dijk in het duin te liggen. Door op en voor de dijk zand aan te brengen, reduceren we de golfslag op de dijk, de eigenlijke kustverdediging. Hierdoor kan de dijk relatief laag blijven en toch heel Katwijk binnendijks leggen. De minimale hoogte van deze constructie is 8,5 meter boven NAP (inclusief zandlaag van 1 meter). Ook bij deze oplossing geldt dat de duinenpartij wordt verbreed. Bij een hoogte van 8,5 meter boven NAP bedraagt de verbreding vijfennegentig meter. Variatie in hoogte en breedte is ook bij deze oplossing mogelijk.

Het zwartgestreepte deel is het dijklichaam. De donkergele strook is het zand dat op en voor de dijk komt. De strook daarvoor is het strand. De rode stippellijn is de achterkant van de huidige waterkering.

Dwarsdoorsnede van Katwijk bij oplossing C.
Deze oplossing betreft het versterken van de huidige waterkering die dwars door het dorp loopt. De zwarte cirkel over de rode stippellijn in de onderstaande figuur geeft duidelijk aan waar de zwakke plek is. De kering wordt in deze oplossing versterkt door over een lengte van enkele honderden meters een versterking aan te brengen. Deze versterking kan met zand en/of een harde constructie gerealiseerd worden. De kering of een deel van de bebouwde kom dat voor de zwakke plek in de kering ligt, wordt dan voorzien van een constructie en/of verhoogd en verbreed met zand. De exacte locatie van deze oplossing is dus nog niet bepaald. Uitgangspunt bij het bepalen van deze locatie is dat de bestaande bebouwing zoveel mogelijk ontzien dient te worden.

De zwarte cirkel geeft de zwakke plek van de huidige waterkering weer. Ergens in dit gebied wordt een versterking van zand en/of harde constructie gemaakt.


Dwarsdoorsneden van de mogelijke oplossingen bij D.
In de Startnotitie staan, naast de vier oplossingen die de Projectgroep verder gaat onderzoeken, nog andere oplossingen beschreven. Deze oplossingen zijn afgevallen omdat ze niet haalbaar bleken:
Deze oplossingen zijn om verschillende redenen niet geschikt. Sommige zijn te duur, andere niet veilig genoeg of hebben een te grote impact op de kuststrook van Katwijk.
Van de vier oplossingen wordt er uiteindelijk één daadwerkelijk gerealiseerd. Dat noemen we het voorkeursalternatief. Om een goede keuze te kunnen maken welke oplossing (en in welke variant qua hoogte en breedte) dit moet worden, kijkt de Projectgroep in haar onderzoek naar zaken de volgende aspecten.
Bovenstaande aspecten worden in drie onderzoeken bekeken:
Deze onderzoeken heten gezamenlijk de milieu-effectrapportage (m.e.r.). De uitkomsten van dit onderzoek vormen samen de Projectnota/MER. Deze Projectnota/MER is de uiteindelijke onderbouwing van de keuze voor de voorkeursvariant. Er staat precies in beschreven op welke gronden de uiteindelijke oplossing is gekozen en wat de verschillende effecten van de oplossing zijn.
Na het onderzoek het voorkeursalternatiefgekozen, de uiteindelijke oplossing. De keuze van het voorkeursalternatief markeert de start van het opstellen van het concept versterkingsplan Waterwet. In dit plan staat op detailniveau beschreven hoe de oplossing eruit komt te zien (o.a. hoogte en breedte, inrichting, enz.). De uitwerking van het concept versterkingsplan Waterwet loopt parallel aan de uitwerking van de Projectnota/MER. Op beide documenten kunt u een zienswijze indienen. De stap die daarop volgt is de ontwikkeling van het definitieve versterkingsplan Waterwet.
U kunt uw mening geven over de Startnotitie. Daarvoor is een inspraakprocedure van kracht. De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor de inspraakprocedure. De Startnotitie ligt vanaf maandag 18 mei vier weken ter inzage bij de provincie Zuid-Holland, het hoogheemraadschap van Rijnland, Rijkswaterstaat en bij de gemeente Katwijk. U kunt gedurende deze vier weken (18 mei 2009 – 15 juni 2009) uw zienswijze opsturen naar de provincie Zuid-Holland:
Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
Postbus 90602
2509 LP Den Haag
Onder vermelding van: PZH-2009-313549
Heeft u vragen over het indienen van een zienswijze? Dan kunt u bellen naar 070-4416936.
Ingediende zienswijzen worden bekeken door een onafhankelijke commissie. Deze commissie bekijkt of het onderzoeksvoorstel van de projectgroep (de Startnotitie) volledig is. Zij stelt hierover een advies op over de zogenaamde richtlijnen m.e.r. Deze richtlijnen geven aan waar het onderzoek aan moet voldoen. Uw zienswijze kan onderdeel uitmaken van deze richtlijnen. De projectgroep zal zich in het onderzoek houden aan deze richtlijnen m.e.r.
De Projectgroep organiseert op dinsdag 26 mei een informatieavond over de Startnotitie. Hier worden de verschillende oplossingen uitgebreid gepresenteerd. Ook is er een informatiemarkt waar u vragen kunt stellen aan medewerkers van het hoogheemraadschap, de provincie, de gemeente en Rijkswaterstaat. Dat kunnen vragen zijn over de verschillende oplossingen, maar ook over de manier waarop u kunt inspreken.
De informatieavond vindt plaats in Zalencentrum Tripodia, Hoornesplein 155, Katwijk. De deuren gaan open om 19.45 uur en de presentatie begint om 20.15 uur. U dient zich voor deze informatieavond aan te melden. Dit kan via katwijk@kustvisiezuidholland.nl of via 071-3063077.